junction

Generatie verdwaald

Binnen het nieuwe Junction worden inmiddels dagelijks koppen uit verschillende disciplines bij elkaar gestoken. ‘Heads together, hands together’, noemen we dat. In onze blogs laten we graag zien wat er zich in die koppen afspeelt. Elise de Jong begon vorige maand bij Junction als copywriter en contentmarketeer. In haar blog lees je over de weg hiernaartoe.

Generatie verdwaald

“Ja, maar ik wéét het gewoon niet meer.” Stampvoetend marcheerde ik door de keuken. Mijn vuisten gebald, wangen op tint vuurtoren, hartslag op – pak ‘m beet – standje 180. Het was een jaar of vijf geleden. Nog een paar opdrachten en ik mocht mezelf officieel Journalist noemen. Stiekem moest ik een beetje gniffelen om die nieuwe titel. Nauwelijks de twintig gepasseerd en ik moest nu al wat zijn. Terwijl ik helemaal niet zeker wist of ik dat wel was. Of ik dat wel wilde. En bovenal: of ik dat wel kon. Bovendien moest ik nog zoveel. Doorstuderen, veel geld verdienen, mooi zijn, op een te gekke plek wonen, die droomvent vinden, net zulke toffe reizen maken als iedereen, maatschappelijke wonderen verrichten, niveautje topsport aantikken en vooral: de beste zijn. In ieder eerder genoemd aspect.

Gewoon, omdat het moet

“Waarom moet dat dan allemaal?” vroeg mijn vader, terwijl-ie op z’n gemakje de laatste hap hutspot naar binnen schoof. “Hallo, dat snap je toch wel?” kreunde ik, “ik moet toch laten zien wat ik in huis heb?” Mijn vader haalde zijn schouders op: “hoezo?” Het had niet veel gescheeld, of de rookworst was door de keuken gevlogen. “Nou gewoon. Omdat dat moet.” 

Kan ‘t nog een tikkeltje beter?

Ik begreep het niet. Mijn ouders hadden me toch juist mijn hele leven op het hart gedrukt dat alles mogelijk was? Zij hadden me, om ‘t maar even ongenuanceerd te zeggen, toch in het doolhof van kansen gekieperd? Misschien dat ik me daarom nog stééds afvroeg wat ik in hemelsnaam aan het doen was toen ik, geheel op z’n Amerikaans, mijn square academic cap de lucht in gooide. En misschien dat ik daarom na drie jaar in de bladenwereld naar Vietnam vluchtte, om op zoek te gaan naar mezelf (ook nog zo’n grap), omdat “dit het ook niet is”. Ik bleef zoeken. Ik bleef twijfelen. Ik bleef mezelf vragen stellen: is dit het dan? Kan ‘t nog een tikkeltje beter? Is dit mijn bestemming?

Huilende kudde

Kijk, nu moet ik bekennen dat mijn richtingsgevoel totaal onbetrouwbaar is. Toch geef ik de schuld graag aan het doolhof. Een doolhof waar ik trouwens niet als enige ronddwaal. Er blijkt tegenwoordig een hele kudde hulpeloze zielen rond te zwerven die het spoor flink bijster is. Generatie Y wordt die kudde genoemd, de millennials. Het kwetsbare kroost van onze wel gefortuneerde babyboomers dat zich door het puin van de economische crisis worstelt. Eigenlijk stoor ik me een beetje aan dat gedoe rondom ‘onze’ treurige generatie. Of generalisatie. Wacht: overgeneralisatie. Net alsof de hele kudde daar, in het doolhof, samen bij de pakken neerzit en elkanders tranen dept. Alsof we volledig door ‘t lint rondrennen, koortsachtig op zoek naar de uitweg. Alsof het slechts een kwestie van tijd is voordat die burn-out je velt.

Gewoon ergens beginnen

Maar hoe je het ook went of keert: als er iemand generatie Y weerspiegelt, dan ben ik dat. Zo’n type dat van alles wil en moet, maar bij God niet wist waar ze moest beginnen. “Ergens. Gewoon ergens, Elise”, was de beste tip die ik kon krijgen (was ik zelf oprecht niet opgekomen). Ik besloot te doen wat ik altijd al wilde: weggaan. Zeven maanden reisde ik met mijn vriend door Zuid-Amerika. En toen, terwijl ik uitkeek op Machu Picchu, vielen alle puzzelstukjes op zijn plek en vond ik de uitgang. Grapje, dat is niet waar. Maar wat ik wel vond, was richting. Ik leerde welke afslagen ik moest nemen in het doolhof en ontdekte pijlen.

Generatie gevonden?

Eén zo’n pijl wees naar Junction. En, wonder boven wonder, bleek een pijl van Junction ook naar mij te wijzen (nu ik er, ietwat dweperig, op terugkijk, moet het wel voorbestemd zijn, toch?). Nu zou ‘t natuurlijk te gek zijn als ik op het dak van Junction kon klimmen om te schreeuwen dat ik ein-de-lijk verlost ben. Maar dat zou wel wat maf zijn na drie werkweken. Toch ben ik blij. Ik ben rustig. De zoektocht is gestaakt. Afgelopen week ging ik voor de nieuwste editie van GRIP, het blad dat we maken voor Veiligheidsregio Groningen, naar Groningen voor een interview. En ‘t was te gek. Een mooi gesprek, quotes waarvan bij iedere schrijver blijdschapstranen in de ogen springen, een goede vibe, het klopte. “Dit is het hè, waar je het voor doet?”, vroeg mijn vriend toen ik ‘s avonds fluitend thuiskwam. Ja, dat is het. Generatie gevonden? Wie weet. En anders is het best fijn in het doolhof. Laat mij hier maar even blijven. Ik zit op mijn plek.